Inzoomen op de woningmarkt: veel belangen in minimaal aanbod

Het is een ideaalbeeld. Na je pensioen je stekkie in de Randstad na jaren van hard werken inruilen voor een ruim plekje in het Oosten, lekker in de natuur. Het is een ideaalbeeld dat tegenwoordig ook al ruim voor het pensioen wordt overgenomen. Het Oosten is in trek en daarmee ook het Vechtdal. Leuk, maar voor onze eigen mensen kan dit tegelijkertijd een doorn in het oog zijn.

De afgelopen jaren is een snelle toename te zien van het aantal mensen dat vanuit het Westen naar het Oosten trekt. In 2019 ging het om 4% van het aantal verhuizers. In 2020 zagen we 12.250 verhuisbewegingen van de Randstad naar het Oosten en anno 2022 ligt dit nog hoger, zo bevestigt Johan Maasse, van iQ Makelaars uit Ommen. “Het is ongeveer 10% van mijn verkoop. Dat is best veel. Tien jaar geleden was dit nauwelijks een ding. Ik vraag me af of het toen überhaupt 1% was. Het is echt een enorm verschil.”

Maar waarom komen mensen vanuit het Westen naar het Oosten? Het is een vraag die eigenlijk vrij simpel te beantwoorden is. Hier heb je namelijk meer ruimte voor minder geld. Voor gepensioneerden is dat fijn, maar tegenwoordig trekken er ook veel gezinnen richting het Oosten. “Ze ontvluchten de drukte in het Westen”, zegt Maasse daarover. “Corona heeft er met name voor gezorgd dat mensen er bewuster van zijn geworden dat je ook heel veel thuis kunt werken. Dus het is minder bezwaarlijk om één keer per week naar Amsterdam te rijden.”

Mensen uit het Vechtdal zien het ondertussen met lede ogen aan. Uit een poll van De Stentor uit 2021 bleek dat ruim 50% van de mensen in het Oosten het vervelend vinden dat Westerlingen hier naar toe trekken. 25% vond dit geen probleem. Maasse merkt weinig kritiek, maar ziet wel een bepaald bewustzijn bij mensen uit het Vechtdal. “Ik hoor niet zoveel commentaar, maar je merkt wel dat bieders vanuit deze omgeving al de vraag stellen: ‘Komt er ook iemand uit het Westen kijken?’. Dus ze zijn er wel van bewust dat die meer te besteden hebben en dat ze daardoor overboden worden. Ik kan ze moeilijk weigeren. Uiteindelijk bepaalt de verkoper of hij akkoord gaat met een bod, ik kan alleen adviseren.”

“Als er 30 mensen komen kijken, moet je er 29 teleurstellen. Dat is het meest vervelende aan de huidige tijd.”

Terwijl de strijd op de woningmarkt op meerdere fronten dus gaande is, is er onlangs in politiek Den Haag door de vorige minister van Binnenlandse Zaken, Kajsa Ollongren, een nieuw wetsvoorstel ingediend. Woningen met een prijs tot 355.000 euro mogen met voorrang worden verkocht aan inwoners van de eigen gemeente. Vooral starters zal dit als muziek in de oren klinken. Voor de duurdere huizen levert dit minder voordeel op. “Mensen uit het Westen kopen veelal de duurdere huizen in de buitengebieden. In de Randstad verdien je meer aan een tussenwoning dan hier, dus kun je hier met dat geld een ruimere woning kopen. Je ziet ze dus vooral in het buitengebied en zelden in de bebouwde kom,” concludeert Maasse.

Toch zien we ook binnen de bebouwde kom een strijd op de woningmarkt. Starters hebben veel moeite op de woningmarkt en dus zou de nieuwe wet daar wel eens van pas kunnen komen. Maasse vindt het lastig om er als makelaar een mening aan te hangen. “Ik weet niet wat ik daar van vindt. Mijn bedrijf is er op gericht om het maximale voor verkopers te doen, als ik een woning mag verkopen. Je gunt het uiteindelijk iedereen die hier woont. Als er 30  mensen komen kijken moet je er 29 teleurstellen. Dat is wel het meest vervelende aan de huidige tijd.”

Toch komt het, ook zonder de wet, al voor dat Vechtdallers hun woning uitsluitend verkopen aan iemand uit het Vechtdal. “Ik merk aan verkopers ook wel af en toe dat ze eerder iemand uit het Vechtdal de woning gunnen dan iemand uit het Westen. Dat zie ik wel gebeuren. Het wordt dus ook wel eens op basis van gunning verkocht.”

Toch zal de strijd op de huizenmarkt voorlopig niet verdwijnen. Er lijkt maar één effectieve oplossing te zijn: bouwen, bouwen, bouwen. Precies dat is wat je ook in het nieuwe regeerakkoord terug hoort komen. In het Vechtdal klinken deze geluiden uiteraard ook. Zo sprak Henri Mors, leider van D66 Ommen, in de tv-uitzending van Strijd om de Vierkante Meter uit dat er in de komende jaren in het hele Vechtdal 4.750 woningen bij moeten worden gebouwd.

“Mensen hebben geen idee dat de prijzen zo hard stijgen, het gaat zo snel”

Maasse is enthousiast bij het horen van deze cijfers, maar denkt tegelijkertijd ook al verder. “Het ligt er ook aan wat er in de omgeving gebeurd. Als Zwolle bijvoorbeeld 10.000 huizen gaat bouwen heb je bij ons ook minder nodig, want omdat daar nu ook een tekort is komen mensen van Zwolle hier naar toe. Gebeurt dat niet, dan heb je aan 4500 misschien weer te kort. Het is een ingewikkeld spel. Op dit moment komen er zo al dertig mensen kijken voor een woning, dat is echt bizar. Er zijn gewoon woningen nodig en daarvoor moet ook naar wetgeving worden gekeken.”

Tot slot spelen prijzen uiteraard ook een rol. De stijging is de laatste jaren snel gegaan. Uit één van onze Straatpraat uitzendingen bleek dat inwoners van het Vechtdal dit vaak nog onderschatten. Maasse vindt dit geen verrassing. “Dat herken ik wel. Want in de huidige tijd is het zo dat als ik een woning moet uitrekenen voor verkoop, dan merk ik dat mensen veel de waarde onderschatten. Ik vind dat vrij logisch. Mensen hebben het idee niet, het gaat zo hard. Het is echt een momentopname. Over drie maanden kunnen de prijzen zo weer 10% hoger liggen. Dat is de markt.”

Een daling van de prijzen lijkt er voorlopig helaas niet in te zitten. “Het gaat om vraag en aanbod. Als er veel vraag is gaat de prijs niet dalen en er is momenteel gewoon ontzettend veel vraag en weinig aanbod. Ik verwacht niet dat de prijzen het komende jaar zullen gaan dalen. Banken denken in grote getallen heb ik al gelezen. Dus dan vraag ik me al af waar dit heen gaat”, zo besluit Maasse.